Flexi-jobs in de zorg: de flexibilisering die niemand vroeg

Op 22 juni 2026

Flexi-jobs in de zorg: de flexibilisering die niemand vroeg

 De uitbreiding van flexi-jobs naar de zorgsector wordt voorgesteld als een pragmatische

oplossing voor het personeelstekort. Maar het is een vergiftigd geschenk, verpakt als vooruitgang.

Een vrouw van 83 met dementie zit aan de ontbijttafel. Ze kent de namen van

haar kleinkinderen niet meer, maar ze herkent de handen die elke ochtend haar boterham

smeren. Dezelfde handen, dezelfde stem, hetzelfde geduld. Morgen is die vertrouwde

begeleider er niet. Overmorgen evenmin. In haar plaats komt iemand die het gebouw nog

nooit heeft betreden, die niet weet dat mevrouw De Smet haar koffie altijd zonder suiker

drinkt, dat ze ’s ochtends tijd nodig heeft om te ontwaken, dat een verkeerde aanraking haar

in paniek brengt.

Dat is geen hypothetisch scenario. Het is de realiteit die zich steeds vaker

aftekent in onze woonzorgcentra, onze kinderdagverblijven, onze thuiszorgdiensten.

De federale regering heeft beslist om flexi-jobs in de zomer mogelijk te

maken in vrijwel alle sectoren, inclusief zorgverlenende functies. Wat in 2015 begon als een

maatregel om zwartwerk in de horeca tegen te gaan, groeit uit tot een structureel

arbeidsmarktinstrument dat de fundamenten van onze zorgsector en onze sociale zekerheid

raakt. Het is een keuze die bewust gemaakt is, en die helder benoemd moet worden.

 

De ideologie achter het gemak

Flexi-jobs worden gepresenteerd als een win-win: werknemers verdienen belastingvrij bij,

werkgevers krijgen goedkope en flexibele arbeidskrachten. Het gaat, zo klinkt het, om een

stap naar een meer flexibele arbeidsmarkt die werk beter beloont en de competitiviteit

versterkt.

Maar wie even doordenkt, ziet dat die logica op drijfzand is gebouwd. De flexi-job is geen

neutraal instrument. Het is de vertaling van een specifieke visie op arbeid: werk als

individuele transactie, losgekoppeld van collectieve bescherming, van continuïteit, van

opbouw. Het is een systeem waarin bruto gelijk is aan netto, waarin geen

werknemersbijdragen worden betaald, waarin de werkgever slechts een verlaagde patronale bijdrage van 28% betaalt. Het is, kortom, de belichaming van het idee dat sociale zekerheid een kostenpost is die moet

worden geminimaliseerd, in plaats van een fundament dat moet worden versterkt.

Dat dit systeem nu wordt binnengeloodst in de zorgsector, de sector bij uitstek waar

menselijke continuïteit en vertrouwen centraal staan, is geen toeval. Het past in een breder

patroon van besparingslogica dat de zorg al jaren uitholt: van de knip van 30 miljoen euro in

de Vlaamse ouderenzorg tot de chronische onderfinanciering van de kinderopvang. De flexi-

job is niet het antwoord op de zorgcrisis. Het is het symptoom van een politiek die weigert

de zorg structureel te financieren.

 

Geen oplossing voor de zorgcrisis

De zorgsector kampt met een structureel personeelstekort. Een overgrote meerderheid van

de ziekenhuizen geeft aan activiteiten te moeten afbouwen of bedden te sluiten bij gebrek

aan personeel. Woonzorgcentra voeren opnamestops in. De thuiszorg kan de vraag niet aan.

Dat is een realiteit die niemand ontkent.

Maar flexi-jobs zijn geen antwoord op die realiteit. Ze zijn het equivalent van een pleister op

een open breuk. Wie vandaag al voltijds of vier vijfde werkt en daarbovenop nog een flexi-

job aanneemt in de zorg, doet dat niet uit luxe. Die persoon onderwerpt zichzelf aan een

verlenging van de wekelijkse arbeidsduur die op termijn onhoudbaar is. De werkdruk in de

reguliere job verdwijnt niet, ze wordt aangevuld met extra belasting elders. Dat is geen

duurzame oplossing, dat is een recept voor burn-out.

Daar komt bij dat de flexi-jobber per definitie geen binding heeft met de werking en de

organisatie waar hij of zij bijspringt. Het gevolg is dat de reguliere werknemers het gebrek

aan kennis en ervaring moeten compenseren. In een sector waar continuïteit en kwaliteit

centraal moeten staan, verhogen flexi-jobs paradoxaal genoeg de werkdruk voor het vaste

personeel, in plaats van die te verlichten.

Het kernprobleem wordt niet aangepakt. De zorgcrisis is geen crisis van onwillige

werknemers die niet genoeg willen werken. Het is een crisis van onderwaardering: te lage

lonen, te hoge werkdruk, te weinig perspectief. Wie de zorg aantrekkelijk wil maken,

investeert in betere arbeidsomstandigheden, hogere lonen en werkbare roosters. Niet in een

systeem dat het precies mogelijk maakt om de structurele problemen te omzeilen.

 

De bezorgdheid op de werkvloer, en waarom ze de verkeerde conclusie trekt

Er klinkt een argument dat op het eerste gezicht redelijk lijkt, en dat je hoort bij

leidinggevenden die dagelijks de roosters moeten samenstellen. In de zorgsector, zo

luidt de redenering, zijn de subsidies te krap voor de vereiste prestaties. Deeltijdse contracten zijn onvermijdelijk om de uurroosters rond te krijgen. Voor veel medewerkers zijn

de bijhorende lonen onvoldoende, waardoor een flexi-job soms nodig is om rond te komen.

En meer uren in een vast contract lost het probleem van het aantal mensen op de vloer niet

op: je hebt gewoon meer ‘koppen’ nodig om alle diensten ingevuld te krijgen.

Het is een redenering die ook leeft bij het personeel zelf. Wie dagelijks geconfronteerd

wordt met gaten in het uurrooster, met collega’s die uitvallen en diensten die onbezet

blijven, denkt begrijpelijkerwijs eerst aan de meest directe oplossing: iemand die kan

bijspringen, snel en zonder al te veel administratie. De flexi-job lijkt dan aantrekkelijk, want

hij biedt precies dat.

Maar die pragmatische reflex verdient een eerlijk antwoord. Want het probleem dat wordt

beschreven is reëel, maar de conclusie die eruit wordt getrokken is verkeerd.

Als subsidies te krap zijn om voltijdse contracten te financieren, dan is het probleem de

subsidiëring, niet het statuut van de werknemers. Als deeltijdse medewerkers onvoldoende

verdienen om rond te komen, dan is het antwoord niet om hen belastingvrij te laten

bijklussen in een precair statuut, maar om de lonen structureel op te trekken. En als het

probleem het aantal koppen is, dan moet er geïnvesteerd worden in meer vaste

aanwervingen, niet in een systeem dat goedkope, tijdelijke krachten aantrekt die geen

binding hebben met de organisatie.

Het klopt dat een uurrooster dat al vol zit geen ruimte biedt om bestaande contracten uit te

breiden. Maar de flexi-job is geen antwoord op dat roosterprobleem, het is een financiële

sluipweg die de structurele onderfinanciering verhult. Zolang directies en

planningsverantwoordelijken gedwongen worden om met onvoldoende middelen een

volwaardig zorgaanbod te realiseren, zullen ze elke beschikbare uitweg gebruiken. De

verantwoordelijkheid ligt bij de overheden die de sector al decennialang te weinig middelen

geven.

De echte vraag is dus niet of flexi-jobs een praktische oplossing zijn voor individuele

instellingen. De vraag is of we als samenleving aanvaarden dat de zorg structureel wordt

ondergesubsidieerd en dat het antwoord daarop bestaat uit precaire arbeid in plaats van

degelijke financiering.

 

Duurzame contracten als fundament

Tegenover de logica van flexibilisering en besparingen staat een ander verhaal. Een verhaal

van duurzame contracten, van vaste teams, van investeringen in mensen en in kwaliteit.

In de zorg betekent dat concreet: contracten die een leefbaar loon garanderen, zodat niemand moet bijklussen om rond te komen. Het betekent werkbare roosters die ruimte laten voor recuperatie en vorming. Het betekent voldoende personeel zodat de werkdruk draaglijk blijft en burn-out niet het eindpunt is van elk

zorgtraject. Het betekent stagebegeleiding die de naam waardig is, zodat nieuwe

medewerkers niet binnen het jaar weer vertrekken.

Na de coronacrisis klonk het applaus voor de zorg oorverdovend. Er werden beloftes

gemaakt. De helden van de pandemie zouden niet vergeten worden. Welnu, het

tegenovergestelde is gebeurd. De besparingen zijn doorgegaan, de structurele problemen

zijn onopgelost gebleven, en nu wordt de sector opengesteld voor een arbeidsmodel dat

kernwaarden van zorg als continuïteit, kwaliteit en vertrouwen, structureel ondergraaft.

 

Niet reageren, maar richting geven

De uitbreiding van flexi-jobs naar de zorgsector is geen technische maatregel. Het is een

politieke keuze met diepgaande gevolgen voor wie zorg verleent, wie zorg ontvangt, en voor

de samenleving die dat systeem moet dragen.

Die keuze verdient verzet. Niet uit corporatistisch eigenbelang, maar vanuit de overtuiging

dat zorg een fundament is van onze samenleving, geen markt die moet worden

geflexibiliseerd. Vanuit de overtuiging dat werknemers recht hebben op een contract dat

zekerheid biedt, niet op een raamovereenkomst zonder garanties. Vanuit de overtuiging dat

onze sociale zekerheid beschermd moet worden.

Maar verzet alleen volstaat niet. Er mag niet alleen achter de feiten aan worden gelopen, reagerend op besparingen, op verslechteringen, op afbraak. Wij staan niet alleen op om te reageren op wat fout loopt. Wij geven richting. Wij zeggen waar het naartoe moet.

Onze campagne ‘Niet winst maar wel-zijn’ doet exact dat. Het brengt een helder, positief alternatief: investeer in mensen, in kwaliteit, in publieke controle. Zet maatschappelijke noden centraal, niet

financiële rendementen. Het is de overtuiging dat een zorgsector die gebouwd is op

duurzame contracten, op leefbare lonen, op vaste teams die hun bewoners en kinderen

kennen, geen utopie is maar een keuze. Een keuze die we als samenleving kunnen en

moeten maken.

De zorgcrisis lost zich niet op met meer flexibiliteit. Ze lost zich op met meer waardering,

vertaald in investeringen, in vaste jobs, in een sociaal model dat niet buigt voor de

marktlogica maar er een alternatief tegenover stelt. Dat is waar wij voor staan. Dat is waar

deze campagne voor staat. En dat is het debat dat wij zullen blijven voeren.

 

Dries Goedertier - Voorzitter ACOD LRB

Bart Servaes - Zorgkundige & vaste gemachtigde ACOD LRB

 

Verwante berichten

BOA decreet

BOA decreet

BOA DECREET Regie als excuus: de stille privatisering van onze buitenschoolse opvang Er werd de laatste maanden veel...

Pin It on Pinterest